maandag 18 november 2019

Denken over online/offline

Door Marienelle Andringa

Hans Schnitzler

Studenten van Hans Schnitzler namen hun digitale gedrag onder de loep en gingen een week offline. De filosoof en publicist wil van zijn publiek geen digitale geheelonthouders maken maar de effecten van periodieke onthouding zijn opmerkelijk.

De laatste filosofische ontmoeting van 2019 in Den Haag begint met een filmpje uit 1998 van Frans Bromet. De filmmaker stelt mensen op straat de vraag of ze een mobiele telefoon hebben. Antwoorden als ‘zie het nut er niet van in’ of ‘ik heb een antwoordapparaat’ zijn inmiddels ondenkbaar. De gemiddelde screentijd op een smartphone ligt op 4,5 uur per dag. ‘Wat is er in zo’n korte tijd gebeurd?’, vraagt Schnitzler zich af.

‘Mensen zijn technologische dieren, een soort hybride’, legt hij uit. Met nieuwe technologie zullen er nieuwe mogelijkheden bijkomen die ons zelfbeeld bepalen. Marshall McLuhan zei in de jaren zestig al ‘we shape our tools and thereafter our tools shape us’ en gaan we ‘de mens steeds meer zien als informatie generende machines’. Bovendien is het onderscheid tussen online en offline haast niet meer te maken. De wereld en onszelf begrijpen we bij de gratie van verschil. Zo is geluk te waarderen als je ongeluk kent, goed is te herkennen bij de gratie van slecht en het digitale is te begrijpen bij de gratie van het analoge. Met het ervaringsbereik van smartphones is de digitale wereld haast niet meer te onderscheiden van de analoge wereld. Daarom kan een tijdelijke digitale onthechting een middel zijn om de digitale conditie te doorgronden.

Opvallend was het aantal studenten dat na een week digitale onthouding aangaf het gevoel te hebben dat alles veel ‘echter’ was. Stijn, één van de studenten, schreef: ‘dingen zijn zo mooi als je er echt naar kijkt’. In de digitale conditie verdwijnt de ‘belichaamde realiteit’ concludeert Schnitzler. Dating apps zoals Tinder nemen de fricties in het sociale contact weg. Met swipen wijs je niet een mens af en word je niet echt afgewezen. ‘Het is als het echte leven maar dan beter’. Hoe minder fricties, hoe makkelijker het leven lijkt te worden. Maar de betrokkenheid wordt minder, herinneringssporen dunner en ‘er is wel degelijk iets aan de hand met onze aandacht’.

Aandacht is een diep menselijk eigenschap net als liefde, toewijding en betrokkenheid. Aandacht strategisch verleggen is een manier om succesvol te zijn maar nu bepalen algoritmes onze focus. ‘De strijd om onze aandacht is een strijd om onze geest. Met het weggeven van onze data geven we onze geest weg’. Surveillancekapitalisme is gericht op winst door diensten, specificatie en het in kaart brengen van ons gedrag. Algoritmen pinnen ons vast op gedrag uit het verleden waardoor kleine handelingen grote gevolgen kunnen hebben. Hannah Arendt noemde spontaniteit een ‘nieuwe geboorte’. Er is een verschil tussen intentie en handelen en dat is vrijheid. We zitten nu in digitaal panopticum waarbij algoritmen ‘voorspellen wat we gaan doen en daarmee onze handelingsvrijheid in gevaar brengen.’

Digitale afhankelijkheid is gedrag dat door herhaling is aangeleerd en door herhaling kan worden afgeleerd. Door periodieke digitale onthouding ontstaat bewustzijn over de digitale conditie. Onafhankelijkheid van smartphones wordt hiermee ‘een daad van verzet om zo min mogelijk digitale sporen achter te laten’. Digitale afhankelijkheid maakt kwetsbaar maar door op een gewetensvolle manier om te gaan met technologie kunnen mensen hun zelfbeschikking hernemen.

Bekijk het genoemde filmpje over mobiele telefoons van Frans Bromet uit 1998.

Het digitale proletariaat, Hans Schnitzler. De Bezige Bij, Amsterdam 2015
Kleine filosofie van de digitale onthouding. Hans Schnitzler, De Bezige Bij, Amsterdam 2017


Over de auteur
Marienelle Andringa studeert in 1998 af op interactieve websites aan de opleiding Informatiedienstverlening en -Management (IDM) aan De Haagse Hogeschool. In 2016 behaalt zij haar MA Engelse Literatuur met een thesis over paranoia en media aan de Universiteit Leiden. Sinds september is zij bibliothecaris van het Alphabetum van Onze Ambassade (voormalige Amerikaanse Ambassade) in Den Haag.