Denken over een vloeibare maatschappij

met Florentijn van Rootselaar

donderdag 5 maart 2020

Florentijn an Rootselaar

Deze avond zijn we te gast bij tentoonstellingsruimte Nest. Filosoof Florentijn van Rootselaar geeft een lezing passend bij de tentoonstelling Fluid desires die te zien is.

Nanda Jansen is curator, zij stelde de tentoonstelling samen en licht deze kort toe. Ze koos voor kunstwerken die over vloeibaarheid gaan zonder dat ze vloeistof als materiaal gebruiken. Begrippen die begin deze eeuw vaststonden zoals bijvoorbeeld het begrip tijd, zijn in beweging gekomen, zijn ‘vloeibaar’ geworden, en dat fascineert kunstenaars. Daarnaast duikt het begrip vloeibaarheid voortdurend overal op; genderfluid, liquid news, in de architectuur met blubs en blobs. Vloeibaarheid wordt gebruikt, concludeert Jansen, zonder dat er aanleiding voor is.

Florentijn van Rootselaar is filosoof en bekend met het gedachtegoed van Zygmunt Bauman (1925-2017). Bauman schreef het boek Liquid modernity (Vloeibare tijden, 2000) en muntte daarmee het begrip vloeibaarheid. Zijn verontrustende inzichten over de ‘vloeibaarheid’ van het moderne leven hebben ons denken over de hedendaagse wereld ingrijpend veranderd. Kernbegrip bij Bauman is surveillance. Het begrip wordt als ‘liquid surveillance’ gebruikt; niet zozeer een alomvattende manier om surveillance te specificeren, maar eerder een oriëntatie, een manier om ontwikkelingen op het gebied van surveillance te duiden in de vloeibare en onzekere moderniteit van vandaag de dag.

Vertrekpunt van Bauman’s studie is de door filosoof Jeremy Bentham ontworpen architectuur voor een koepelgevangenis (vanaf 1800). In Nederland staan er drie; Haarlem, Breda en Arnhem. Centraal element ervan is het panopticum, er wordt vanuit het midden toezicht gehouden. Alle gevangenen konden vanuit het midden gezien worden. Zo werden ze zowel individueel als collectief in de gaten gehouden. Dit correspondeerde met de inrichting van de samenleving van dat moment, namelijk gegroepeerd rondom een autoriteit. Een persoon die alle individuen in de gaten houdt, zo ging het destijds ook in de autofabrieken. Deze fabrieken werden steeds groter, het kapitalisme was in opmars. De lopende band werd geïntroduceerd, mensen waren niet meer verbonden met het hele product maar met een onderdeel ervan. Medewerkers maken kleine bewegingen en moeten dat een hele dag volhouden.

Een moderne variant op het panopticum is het banopticum, bedoeld om mensen uit te sluiten. Technologie wordt ingezet om marginalen buiten een gemeenschap te houden. Denk hierbij aan vluchtelingen die stateloos zijn. Overigens niet alleen vluchtelingen, het gebeurt wereldwijd. Dat je met een bepaald type bank- of creditcard niet kan betalen is ook een voorbeeld.
Bij een banopticum worden er elektronische systemen gebruikt waardoor een algoritme de beslissing neemt. De technologie staat hierdoor ver af van de mensen die er mee moeten werken. Zij kunnen niet ingrijpen en je bankpas wel goedkeuren voor gebruik. Het is compleet onduidelijk wie er achter deze technologie zit en wie de beslissingen die in het systeem zijn verwerkt heeft genomen. Het gevoel van verantwoordelijkheid neemt daardoor bij de medewerkers af, er zal (morele) onverschilligheid optreden aldus Bauman.

Tot slot nog het synopticum. Bevond de surveillant zich bij het panopticum in het midden, bij een synopticum heb je hem juist dicht bij je. Denk aan de telefoon in je broekzak of de camera’s op straat. Je wordt gevolgd, je bent traceerbaar, je levert data. Maar aan wie? Dat is onduidelijk. Van Rootselaar geeft het voorbeeld van een initiatief van de gemeente Amsterdam waar alle medewerkers de mogelijkheid krijgen om deel te nemen aan ‘Johan’ een vitaliteitsplatform op je mobiel. De gemeente wil een prettige werkgever zijn en bijdragen aan je (werk)geluk. De app kan je bloeddruk meten, je kan online mindfulness oefeningen doen, dieetadvies vragen etc. Dit betekent dat werk en geluk aan elkaar gekoppeld worden. Alleen maar werken om geld te verdienen en gelukkig zijn in je vrije tijd, lijkt geen optie.

De aanwezigen worden door Van Rootselaar uitgenodigd deel te nemen aan een moreel dilemma. Zijn er met Johan waarden in het geding en zo ja, welke dan?

Het gaat ten koste van eigenwaarde. Je moet je werk desgewenst op afstand kunnen houden. Ook privacy komt in het gedrang, je moet de kans hebben om thuis iemand anders te zijn dan op het werk. Er klinkt ook een ander geluid; we worden de hele dag gemanipuleerd denk maar aan de indeling van de schappen in de supermarkt. Als we dan richting gezondheid geduwd worden, is dat toch zo erg niet. Laten we niet doen als we nu volledig vrij zijn en kunnen doen waar we zin in hebben. Er zijn ook aanwezigen die vinden dat ze met deze beperkte informatie geen goed oordeel kunnen geven, ze sluiten niet uit dat het voor sommige mensen goed kan werken en voor anderen helemaal niet.

Tot slot deelt Florentijn van Rootselaar zijn gedachten over Johan met ons. Hij vertelt dat hij een baas wil hebben die zich over hem ontfermt en hem niet ‘uitbesteed’ aan een systeem. Dat vindt hij een onprettige manier van bemoeienis.