Ode aan Bruno Latour

met Jan van de Venis en Khadija al Mourabit

donderdag 19 november 2020

Het is stil in de expositieruimte van NEST aan De Constant Rebecqueplein te Den Haag. Buiten is het donker en tikt de regen zachtjes tegen de ramen. Een select groepje filosofieliefhebbers zit met de ogen dicht op zwarte klapstoeltjes tussen de kunstwerken van A Fair Share of Utopia en probeert zich de mooist mogelijke toekomst voor ‘alle natuur, soorten en dingen’ voor te stellen.

Dat is nog niet zo gemakkelijk. De opgeroepen beelden lopen uiteen van apocalyptische mens-loze wildernissen tot plastic piramides in woestijnen, uitgestrekte oceanen of – in mijn geval – een paar kinderen in een zonovergoten bloemenveld.

De oefening is deel van de workshop die advocaat Jan van de Venis geeft als onderdeel van de ‘Ode aan Bruno Latour’ die Filosofie in Den Haag organiseert vanavond. Gelijktijdig geeft filosoof en beleidsmedewerker Khadija al Mourabit in Zaal 3 iets verderop een lezing over de invloed van Latours ideeën op haar denken. Halverwege de avond wisselt het publiek van zaal. Aanleiding voor de avond is de prestigieuze Spinozalens die 24 november wordt uitgereikt aan de Franse filosoof en socioloog Bruno Latour in Amsterdam. Latour heeft een grote invloed op jonge denkers en kunstenaars van nu. Niet alleen zijn constructivistische kritiek op het wetenschappelijk proces, maar vooral zijn latere ‘procesfilosofie’ maakt internationaal veel indruk. Zo ook op de sprekers van vanavond.

Al Mourabit kwam voor het eerst in aanraking met Latours ideeën tijdens haar studie filosofie aan de UvA en sindsdien hebben die haar niet meer los gelaten. In eerste instantie was het zijn wetenschapssociologie die een wereld voor haar opende. In de jaren 70’ veroorzaakte Latour met zijn ‘antropologie van de wetenschap’ veel ophef. Volgens hem moest de wetenschap gezien worden als een sociaal construct dat niet losstaat van culturele normen en waarden, sociale netwerken, compromissen en consensus. Hierdoor maakte de wetenschap volgens hem een misplaatste aanspraak op objectiviteit. Dit inzicht leverde een bijdrage aan de latere ‘science wars’ in de jaren 90’ tussen constructivisten en realisten en veranderde voor velen hun beeld van de wetenschap.

Een ander belangrijk punt dat Al Mourabit aanstipt is dat Latour de ‘procesfilosofie’ – die tot ontwikkeling kwam in de twintigste eeuw – nieuw leven inblaast. In Latours optiek bestaat de wereld uit processen waarin de natuur, mensen en objecten onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn. Mensen, dieren en dingen maken allemaal onderdeel uit van ‘assemblages’ – samenstellingen met andere wezens – wier bestaan en handelingen met elkaar verweven zijn. Daarom moeten niet alleen mensen, maar ook niet-mensen een stem krijgen in (politieke) besluitvorming. Volgens Latour is al het bestaande metafysisch gelijkwaardig aan elkaar: er is geen hiërarchie. Dit breekt de weg open voor een perspectiefwisseling waarin de mens niet langer centraal staat maar onderdeel is van het geheel der wezens en dingen: onderdeel van de natuur.

Dit laatste punt benadrukt Jan van de Venis nog eens goed in zijn workshop. ‘Wij zijn de natuur’, stelt hij. We kunnen onszelf niet langer als uitzondering denken, we zijn kritiek verbonden met de natuur. Dus waarom is het eigenlijk in het internationale recht niet strafbaar om natuurlijke grondstoffen uit te putten, oerwoud te kappen of plastic in de natuur te lozen? Kunnen we de natuur rechten geven? Van de Venis wijst ons op de link tussen de natuur en mensenrechten, leefbaarheid en toekomstige generaties. Volgens hem moet de stem van toekomstige generaties mee worden genomen in de besluitvorming van nu. Op die manier worden we genoodzaakt anders na te denken over onze handelingen en verantwoordelijkheid te nemen voor onze producten, keuzes en omgang met de wereld om ons heen.

Aan het eind van de workshop laat van de Venis de zaal bovengenoemde ‘back tot he future oefening’ doen. Ik nodig u uit hetzelfde te doen: Hoe ziet in uw ogen de mooist mogelijke toekomst voor alle soorten en dingen eruit? En wat kan je zelf doen om die te realiseren?

Over de auteur
Sophia van Tol studeerde Wijsbegeerte in Utrecht (Ba) en Filosofie en Maatschappij in Groningen (Ma). Momenteel is zij werkzaam als redacteur voor de Internationale School voor Wijsbegeerte waar zij boeken redigeert en nieuw verschenen filosofieboeken recenseert.