Søren Kierkegaard denker én clown

met Geert Jan Blanken

maandag 20 november 2023

In veel filosofische overzichten kom je Kierkegaard niet of niet uitgebreid tegen. Dat is enerzijds merkwaardig want filosofen zoals Heidegger, Wittgenstein en Sartre verwijzen met regelmaat naar hem. Het komt misschien doordat Kierkegaard niet volledig filosoof was, hij was ook theoloog en zelfs een beetje psycholoog, maar boven alles was hij schrijver.

Hij schreef dertig boeken, deels onder pseudoniem. Hij deed dat bewust als een spel om de manier waarop hij naar de werkelijkheid keek, vorm te geven. Hij zag de waarheid niet als een conceptuele eenheid die je keurig kan overdragen, uitleggen of analytisch kan benaderen. De waarheid bestaat uit verschillende invalshoeken. De pseudoniemen geven zo’n invalshoek weer.

Kierkegaard had kennis van de mens en wat het is om mens te zijn, en ook anno nu is dat nog steeds inspirerend, zegt Geert Jan Blanken. Hij zal vandaag twee belangrijke begrippen in het denken van Kierkegaard toelichten; angst en vertwijfeling.

Massamens / enkeling
Bijna alle mensen zijn massamensen. In de massamens zit een wonderlijke tegenstelling. De massamens lijkt in een groep thuis te zijn maar is eigenlijk heel eenzaam. De massamens heeft geen grond in zichzelf maar is voortdurend afhankelijk van de veiligheid van de groep. De massamens zorgt voor een samenleving die gebaseerd is op geklets, afgunst en op verstandigheid (dat wat we hebben aangeleerd om soepel door het leven te kunnen laveren). Daar tegenover zet Kierkegaard de noodzaak om enkeling te worden. De samenleving heeft niet de menigte nodig maar de enkeling. We moeten de menigte opsplitsen in enkelingen. Om als mens een enkeling te worden is een proces van verinnerlijking en zelfbewustwording nodig. Je moet als mens worden wie je in je kern bent. Het is een voortdurend proces, er is geen einde. Om enkeling te worden zitten ons echter twee dingen in de weg, aldus Kierkegaard, namelijk angst en vertwijfeling.

Angst
Angst is een fundamenteel gegeven wat hoort bij ons mens zijn. Kierkegaard heeft het dan vooral over de angst van de mogelijkheid. De mens is een uniek wezen vergeleken met de rest van het dierenrijk want we vallen niet met onszelf samen. Het kenmerkende voor onze menselijkheid is dat er altijd tegenstellingen aan de orde zijn. Een hele fundamentele tegenstelling is die tussen tijdelijkheid en eeuwigheid. Het feit dat wij kunnen nadenken over onszelf en dat ik een idee heb wat ik morgen ga doen, is een uniek menselijke eigenschap die we als vanzelfsprekend nemen maar die eigenlijk heel fascinerend is. De mens is een wezen met veel vrijheden maar we hebben ook angst. Dat begon al bij Adam en Eva, zelfs voor de zondeval. Adam kiest niet bewust voor het kwaad, Adam mag vrij en creatief zijn en weet dat hij een schepper heeft. Maar Adam verwerpt dat, hij wil meer zekerheden hebben dan hij heeft. Volgens Kierkegaard kon Adam deze vrijheid niet aan, en dat geldt eigenlijk voor alle mensen. Geen mens kan vrijheid aan. We zoeken onze veiligheid en rust altijd in iets dat ons niet gaat helpen. Dat komt doordat we sterfelijke wezens zijn. Angst voor de dood is het meest uitgesproken voorbeeld van het angstbegrip bij Kierkegaard.

Naast angst voor de dood, een verslaving en het kwaad (en nog veel meer) zijn we volgens Kierkegaard ook bang voor het goede. Alsof we niet volledig kunnen geloven dat we een goed leven mogen leiden, dekt de mens zich in tegen het goede. Blanken geeft het voorbeeld van onvoorwaardelijke liefde. Dat leidt bij menig mens regelmatig tot vragen als: Is het wel echt waar? Kan ik mij aan deze liefde volledig overgeven? Durf ik deze mens te vertrouwen?

Vertwijfeling
Een ander belangrijk begrip voor Kierkegaard is vertwijfeling. Ieder mens is zowel angstig als vertwijfeld. Hij bedoelt vertwijfeling niet op een negatieve manier, juist niet. Hij wil realistisch zijn. Want als we tot ons door laten dringen dat we vertwijfelde wezens zijn, dan kan er iets moois gebeuren, dan kunnen we namelijk tot leven komen.

Als een mens worstelt, met wat dan ook, dan is hij niet zichzelf. Hij is zoekende en straalt dat ook uit. Kierkegaard noemt dat de vertwijfeling van de zwakheid. Dat zijn mensen die hun leven vanuit de houding ‘sorry dat ik besta’ vormgeven, de zogenoemde muurbloempjes die zich met veel situaties geen raad weten. En je hebt de zogenoemde rauwdouwers, door Kierkegaard de vertwijfeling van de onverzettelijkheid genoemd. Zij hebben geen oog voor hun omgeving, ze doen hun eigen ding en anderen moet aan de kant.

Beide types zijn even vertwijfeld volgens Kierkegaard.
Als je een muurbloem of rauwdouwer (in jezelf) herkent, kan het besef van vertwijfeling je milder maken.


Na de pauze ging het publiek in groepen uiteen om enkele citaten van Kierkegaard over politiek en samenleving te bespreken. Immers, twee dagen na deze avond, vonden de Tweede Kamerverkiezingen plaats. Hieronder enkele voorbeelden:

  1. Politieke slimheid in de moderne staten is niet: hoe moet ik me gedragen als minister, maar: hoe speel ik het klaar om minister te worden. En aangezien men niet veel meer weet dan dat, wordt alle wijsheid verbruikt aan dit soort van inleidingswetenschap: ‘Hoe word ik minister?’ Op deze manier gaan staten te gronde, want eigenlijk wordt er zo niet meer geregeerd of bestuurd.
  2. Een menigte voor zich te winnen is niet zo’n grote kunst; daarvoor is slechts wat talent nodig, een zekere dosis onwaarheid en wat kennis van de menselijke hartstochten.
  3. Elke beweging of verandering, die een werkelijke vooruitgang betekent, moet in gang worden gezet door één mens – dan kan God gelegenheid krijgen er kracht aan te verlenen. Wordt die beweging of verandering opgezet met behulp van 100.000, 10.000 of 1000 lawaaischoppers, herriemakers of brompotten, dan is ze eo ipso onwaarheid, bedrog en achteruitgang.

Over de auteur
Esther Didden studeerde wijsbegeerte aan de Erasmus Universiteit Rotterdam. Zij richtte in 2016 Filosofie in Den Haag op. Ze is tevens secretaris van de Vereniging Het Spinozahuis (Den Haag / Rijnsburg). Ze is werkzaam in de culturele sector.

Illustratie door burolab © Laura Abbink