
Wat is de betekenis van filosofie in jouw dagelijks leven? Die vraag stel ik mensen die van denken hun vak hebben gemaakt. Dit keer ga ik online aan tafel met Yoram Stein, docent filosofie aan het Montessori Lyceum Amsterdam, de school waar hij zelf ook op zat en het vak filosofie ontdekte. Stein promoveerde op Spinoza, werkte jarenlang als journalist voor onder meer Trouw en is actief voor de Vereniging Het Spinozahuis. In zijn boek ‘Afkicken met Spinoza. Hoe filosofie bevrijdt van alledaagse verslavingen’ verbindt hij filosofische ideeën aan verslaving in brede zin: van drank en drugs tot sociale media, morele verontwaardiging en gedachten waaraan we vast kunnen komen te zitten.
INTERVIEW GABY AMMERLAAN
Wat is de betekenis van filosofie in jouw dagelijks leven?
‘Dat vind ik een heel moeilijke vraag, juist omdat filosofie ontzettend belangrijk voor mij is. Het is mijn werk: meerdere dagen in de week ben ik met jonge mensen aan het filosoferen. Ik probeer hen het genot te laten ervaren van gezamenlijk ergens diep over nadenken. Maar ook als ik niet lesgeef, ben ik ermee bezig: door te lezen, gesprekken te voeren, te schrijven en activiteiten te organiseren.
De vraag is ook moeilijk omdat het woord filosofie verschillende betekenissen heeft. Je hebt allereerst de wat slordige betekenis van: iedereen heeft een filosofie. Ajax heeft een filosofie, de Bijenkorf heeft een filosofie, mensen zeggen: mijn filosofie is… Dan bedoelen we eigenlijk: zo kijk ik naar de wereld. De tweede betekenis is dat je die ideeën kritisch gaat onderzoeken. Welke vooronderstellingen zitten erachter, wat zijn de implicaties en houden ze stand onder kritiek? Dan ben je echt aan het filosoferen. En de derde betekenis is de verzameling van wat er in de geschiedenis van de wijsbegeerte is ontwikkeld: ideeën, theorieën en begrippen van filosofen.
In de klas gaat het om alle drie. Leerlingen krijgen ruimte om hun eigen ideeën over de wereld te uiten, ze onderzoeken die met elkaar en ik breng ze in contact met ideeën van andere filosofen. Daardoor kunnen hun eigen ideeën weer veranderen. Maar voor mij zit er ook iets affectiefs in filosofie. Het woord betekent niet voor niets liefde voor wijsheid. Voor mij draait filosofie om liefde voor de wereld, voor mensen en voor de samenleving. En om het verlangen die beter te begrijpen.’
Wat herinner jij je als eerste filosofische ervaring?
‘Ik weet nog dat ik als jongetje ’s avonds bij het raam stond. Er was niets bijzonders aan de hand, maar ineens dacht ik: dit moment komt nooit meer terug. Ik werd getroffen door het bijzondere gevoel dat elk moment uniek is en nooit meer terugkomt. Zo hield ik me al jong bezig met vragen over tijd en dood. Ik vond het heel raar dat iedereen doodgaat en vroeg me af hoe je met dat idee moet leven. Ook vragen over oorlog hielden me bezig: waarom ontstaan oorlogen?
Ik herinner me ook dat ik al heel jong dacht: wat is de zin van het leven? En dat ik toen dacht dat de zin van het leven óók zit in het nadenken over die vraag. Gaandeweg ben ik steeds meer gaan ervaren dat je dat denken niet alleen doet. Samen in gesprek brengt je denken echt verder; je moet je altijd verhouden tot anderen.
Filosofie is voor mij ook een poging om vrede te vinden: door verschillende strijdende partijen te begrijpen, geef je ze een plaats. Dat gaat zowel over conflicten in de wereld als over de strijd in jezelf. Filosofie was van oudsher ook zorg voor de ziel. In de oudheid werd filosofie echt gezien als een medicijn, een remedium tegen de dingen die ons kwellen. Ik denk dat filosofie die rol nog steeds kan hebben.’
“Filosofie is door mijn hele dagelijkse leven aanwezig.”
Kun je jezelf een moment herinneren dat je werd geraakt door een filosofisch inzicht?
‘Toen ik zelf diep in een cannabisverslaving zat, las ik Plato’s Politeia. Daar gaat het onder andere over de psyche van een mens die niet goed geordend is: je kunt slaaf worden van je begeerte en daardoor niet het goede leven leiden. Ik herkende daarin precies de situatie waarin ik zelf zat.
Ook de beroemde allegorie van de grot raakte me. Glaucon zegt tegen Socrates zoiets als: wat een vreemde vergelijking en wat een vreemde gevangenen. En Socrates antwoordt: ze zijn zoals wij. Dat is voor mij essentieel. Filosofie gaat altijd over jou, over mij, over ons. Het is niet iets dat buiten jezelf staat. Als het alleen een intellectuele oefening wordt die niets meer met jou te maken heeft, is het voor mij geen filosofie meer. Het is altijd persoonlijk en er staat altijd veel op het spel.’
Hoe ben je ooit in aanraking gekomen met filosofie?
‘Ik had al allerlei filosofische vragen voordat ik wist dat ze filosofisch waren. Bij geschiedenis maakte ik een werkstuk over het oude Griekenland en de Griekse filosofen. Daar raakte ik al geïnteresseerd. Daarna kon ik op school filosofie kiezen en kreeg ik een geweldige docent: Humberto Schwab.
Dat was op het Montessori Lyceum Amsterdam, waar ik nu zelf lesgeef. Ik ben zelfs een van zijn opvolgers geworden. De kern van zijn filosofieonderwijs, en ook van het mijne, is het socratische gesprek. De eerste en moeilijkste stap is dan vaak: wat vraag je je eigenlijk af? Wat wil je nou echt weten? Dat is al heel anders dan al die schoolvakken die gaan over wat je moet weten. Vervolgens krijg je de ruimte om daar samen met anderen over na te denken. Dat vind ik nog steeds geweldig.’
Heb jij favoriete filosofen?
‘Spinoza is natuurlijk heel belangrijk voor mij; ik ben op hem gepromoveerd. Maar Plato is dat ook, en ik vind heel veel filosofen ontzettend interessant. Ik heb bijvoorbeeld lesgegeven over Aristoteles, maar ook modernere denkers zoals Hannah Arendt en de fenomenologie trekken me.
Wat me de laatste jaren vooral bezighoudt, is verslaving. In mijn boek gaat het niet alleen over de usual suspects: drank, drugs en sigaretten. Het gaat ook over telefoon en sociale media, over gevoelens zoals morele verontwaardiging en over gedachten als: ik ben te dik, ik ben niet goed genoeg, niemand houdt van mij. Vooral die notie van gedachtenverslaving houdt me bezig.
We denken vaak, een beetje in navolging van Descartes, dat wij zelf de baas zijn over onze gedachten. Maar gedachten gaan ook hun eigen weg. We zijn evenmin volledig de baas over onze verlangens. Dat kunnen we heel scherp van Spinoza leren. We denken dat we iets doen omdat we het zelf willen, maar vaak kennen we de oorzaken die onze wil bepalen helemaal niet. Wat maakt dat ik iets wil? Wat maakt dat ik iets denk? Dat zijn voor mij heel belangrijke vragen.’
Kun je daar een voorbeeld van geven?
‘In een gesprek over vakantie zeiden mijn kinderen dat ze Europa saai vinden en liever naar de Seychellen willen. Dan denk ik: hoe komen ze aan die gedachte? Ze hebben dat idee ergens vandaan. Ze zien beelden, verhalen en voorbeelden voorbijkomen en gaan vervolgens ervaren dat dit hún verlangen is. Hetzelfde geldt voor bijvoorbeeld make-up, kleding en allerlei andere verlangens.
Dat is belangrijk, omdat verslaving inmiddels ook een verdienmodel is. We worden bewust verleid en verslaafd gemaakt. Een extreem voorbeeld vind ik de smartvape: een vape waarop je kunt gamen en waarbij je eerst een trekje moet nemen om verder te kunnen in het spel. Dat is bijna een schoolvoorbeeld van een doelbewust ontworpen verslavingsapparaat. Een telefoon werkt natuurlijk subtieler, maar ook die is ontworpen om je aandacht steeds opnieuw te grijpen.’
“Filosofie draait om liefde voor de wereld, voor mensen en voor de samenleving.”
Kan filosofie ons hieruit helpen en zo ja, hoe?
‘Ja, filosofie kan ons hieruit helpen. Ten eerste door daadwerkelijk te gaan filosoferen: met anderen in gesprek gaan over je gedachten en verlangens en over de klassieke vraag wat uiteindelijk een goed of vervuld leven is. Daarnaast kun je te rade gaan bij filosofen. Spinoza leert ons bijvoorbeeld over de paradox van de vrijheid: als je denkt dat je vrij bent, ben je onvrij. Als je weet dat je onvrij bent, kun je vrij worden.
Als je denkt: dit is wat ík wil, dit is míjn mening, dan heb je vaak niet door hoeveel daarvan is overgenomen of veroorzaakt door dingen buiten jezelf. Als je je daarvan bewust wordt, kun je gaan nadenken over de vrije mens. Hoe ziet het leven van een vrij mens eruit? Hoeveel tijd besteedt die aan zijn telefoon? Waar besteedt die zijn aandacht aan? Hoe reageert die op vervelende dingen? Dan kun je jezelf oefenen in gewoontes die bij zo’n vrijer leven passen en met anderen afspraken maken die dat ondersteunen.
Dat is wat ik probeer met mijn leerlingen en ook thuis. Maar in je eentje is het heel moeilijk. Mijn missie is daarom ook om meer mensen ervan te overtuigen dat dit belangrijk is.’
Merk je dat dit bij leerlingen moeilijker is geworden?
‘Ja. Kinderen groeien op in wat ik een giftig pretpark noem. Ze worden voortdurend door externe prikkels van de ene naar de andere kant getrokken: van het ene filmpje naar het andere, van het ene bliepje naar het andere. Een vraag is voor hen al snel iets wat je in Google of GPT invoert en waar meteen een antwoord uitkomt. Maar een filosofische vraag is juist een vraag waarbij je moet stilstaan, waarop niet meteen een antwoord bestaat en waar je van verschillende kanten over moet nadenken.
Daar komt bij dat veel leerlingen het niet meer gewend zijn om echt met elkaar te praten. Dat vinden ze soms spannend, omdat ze veel achter een scherm zitten, afgeschermd van elkaar. Je moet ze leren stilstaan bij een vraag, de moed geven om te zeggen wat ze denken en om met elkaar in gesprek te gaan zonder dat het meteen awkward of cringe voelt.
Filosofie is in zo’n giftig pretpark een medicijn, maar dat smaakt al snel als een bitter drankje. Ze willen liever suiker. Tegelijk merken leerlingen ook dat het andere soms leeg is. Als alles draait om cijfers, geld, uiterlijk en populariteit, zijn dat uiteindelijk nogal lege doelen. Socrates werd gehaat én bewonderd; Spinoza ook. Filosofie roept verzet op, maar kan mensen ook diep raken. Dat zie ik in de klas nog steeds.’
Je legt ook een verband tussen filosofie en je eigen herstel van verslaving. Hoe zit dat?
‘Toen ik bij de Jellinek in groepstherapie zat, deed die methode me sterk denken aan een socratisch gesprek. Je bespreekt heel praktische situaties met elkaar. Iemand zegt bijvoorbeeld: ik heb kaartjes voor een reggaefestival, moet ik daarheen gaan? De groep vraagt door: wordt daar veel geblowd? Hoe voorkom je dan dat je zelf weer gaat blowen? Uiteindelijk kan iemand tot de conclusie komen: misschien is het beter om niet te gaan. Dat gezamenlijke onderzoeken van een vraag herkende ik uit de filosofie.
Verslaving doet twee dingen: ze maakt mensen eenzaam en leugenachtig. Op een gegeven moment zat ik thuis met de gordijnen dicht alleen maar te blowen. Je vertelt niet meer de waarheid tegen anderen en uiteindelijk ook niet meer tegen jezelf. Filosofie is daar voor mij het omgekeerde van. Filosofie verbindt mensen met elkaar en is gericht op waarheid.
Ik plaats ons daarom allemaal op een spectrum. Aan de ene kant staat de totaal verslaafde mens, die zich volledig laat leiden door externe prikkels, eenzaam wordt en niet eerlijk meer is. Aan de andere kant staat de vrije mens, die zo veel mogelijk leeft in overeenstemming met hoe hij, als hij er goed over nadenkt, werkelijk wil leven; die geniet van echte vriendschappen en probeert de waarheid onder woorden te brengen. Verslaving en filosofie zijn zo twee tegenpolen die in mijn eigen leven allebei heel belangrijk zijn geweest.’
Heeft filosofie jouw leven verbeterd?
‘Jazeker. Ik zie het leven als een soort leerschool. Dat perspectief helpt me ook om met nare dingen om te gaan. Juist de naarste ervaringen in je leven kunnen uiteindelijk ook de meest leerzame zijn.
Je kunt soms, misschien pas achteraf, proberen te denken: dit is ontzettend moeilijk, maar wat kan ik hiervan leren? Dan wordt zo’n ervaring ook een kans om iets te begrijpen of te veranderen. Dat lukt natuurlijk niet altijd en zeker niet op het moment zelf. Maar filosofie helpt me wel om ervaringen zo te bekijken.’
“Samen in gesprek brengt je denken echt verder; je moet je altijd verhouden tot anderen.”
Kan filosofie ook de wereld verbeteren?
‘Ja, dat denk ik. We kunnen om te beginnen met elkaar erkennen dat we allemaal verslavingsgevoelig zijn. Ik noem de mens in mijn boek ook wel homo addictus: een wezen dat op allerlei manieren verslaafd kan raken en daardoor steeds dingen doet die het eigenlijk niet wil doen.
Als we daar eerlijk over zijn, kunnen we vervolgens samen nadenken over het leven dat we wél zouden willen leiden. Daarover kunnen we praten, we kunnen ons er een beeld van vormen en we kunnen afspraken maken over wat we gaan doen. Dat gezamenlijke is belangrijk. In je eentje is verandering heel zwaar; met anderen kun je elkaar helpen en aanspreken.’
Heb je van een filosoof ook een inzicht of quote om te delen?
‘Van Spinoza vind ik deze heel treffend: “Ik heb mij erop toegelegd om menselijk gedrag niet te veroordelen, niet te bespotten en niet te verafschuwen, maar om het te begrijpen.” Dat vind ik mooi en ook moeilijk. We raken gemakkelijk verslaafd aan morele verontwaardiging en willen andere mensen graag de schuld geven.
Begrijpen betekent niet dat je gevaarlijk of schadelijk gedrag goedpraat. Het betekent dat je ervan uitgaat dat er oorzaken zijn waardoor iemand is geworden wie hij is en doet wat hij doet. Ook iemand die een verslavend product ontwerpt, wordt zelf weer gedreven door verlangens: geld, succes, status of iets anders. Bij Spinoza bestaat de vrije wil in de simpele betekenis niet. Als je dat beseft, probeer je eerst te begrijpen welke oorzaken en verlangens aan gedrag ten grondslag liggen.’
“Ten onrechte denken wij dat we de baas zijn over onze gedachten.”
Is er nog iets wat je wilt meegeven?
‘Ik onderscheid in mijn boek drie soorten gedachtenverslaving. De eerste zijn individuele gedachtenverslavingen, vaak verbonden met iets wat iemand in zijn jeugd heeft meegemaakt. Denk aan de overtuiging: ik ben dom. Misschien heeft iemand dat ooit tegen je gezegd en ga je die gedachte vervolgens zelf herhalen. Dat kan ook een manier worden om jezelf tegen nieuwe kwetsing te beschermen, maar ondertussen blijf je jezelf met die gedachte kwellen.
De tweede soort noem ik algemeen menselijke gedachtenverslavingen. Die hebben te maken met mechanismen die we als mensen met elkaar delen, zoals confirmation bias: we zien graag bevestigd wat we al denken en vinden het moeilijk tegen onszelf in te denken. We zijn ook sterk geneigd tot groepsdenken, wij-zijdenken en vijanddenken. Algoritmes kunnen heel gemakkelijk op dat soort mechanismen inspelen en ze uitbuiten.
De derde soort is cultureel-ideologisch. Dat zijn ideeën die zo vanzelfsprekend zijn geworden dat we nauwelijks nog zien dat het ideeën zijn. Bijvoorbeeld dat vrijheid betekent dat je als individu onbelemmerd kunt doen wat je wilt. Bij Spinoza vind je een heel andere opvatting: vrijheid heeft juist te maken met redelijker en socialer worden. Als je in je eentje met heel veel geld alles kunt doen wat je wilt, ben je daarmee nog niet vrij. Ook zulke culturele erfenissen moeten we filosofisch leren onderzoeken. Filosofie kan helpen om uit al die vormen van gedachtenverslaving los te komen.’
Meer over Yoram Stein
Op 21 september houdt Yoram Stein een lezing bij Filosofie in Den Haag. Zijn boek ‘Afkicken met Spinoza. Hoe filosofie bevrijdt van alledaagse verslavingen’ is daar ook verkrijgbaar.
Over de auteur
Gaby Ammerlaan (1973) is masterstudent Toegepaste filosofie en werkt als communicatiestrateeg bij een creatief bureau. Tijdens een opleiding Filosoferen met kinderen en Jongeren ontdekte ze de schoonheid van de filosofie en de waarde van een goed gesprek zonder (voor-)oordelen. Zij zet haar expertise op het gebied van marketing en communicatie graag in om – samen met de andere enthousiaste betrokkenen – filosofie in haar thuisstad Den Haag goed op de kaart te zetten.