donderdag 27 september 2018

Language is the only homeland

Door Laurine Blonk

Language is the only homeland

Op donderdagavond 27 september organiseerde Filosofie in Den Haag een filosofische ontmoeting bij de tentoonstelling ‘Language is the only homeland’ met filosoof en politicoloog Grâce Ndjako. Zij was uitgenodigd om met het publiek de thema’s van de tentoonstelling door te denken: de ontworteling die het kolonialisme tot gevolg heeft gehad en wat dit betekent voor de relaties tussen taal en identiteit.

Taal is een collectieve geheugenbank waar ervaringen van een bepaalde cultuur in zijn opgeslagen, zo leren we deze avond. Dit maakt taal een ‘thuis’, een thuis waar je bepaalde dingen kunt denken, ervaren en uitdrukken die uniek zijn voor een bepaalde cultuur. Een voorbeeld dat Ndjako geeft is de uitdrukking “Ik wil dat je me voelt”, een gedachte die in veel Afrikaanse talen een manier van spreken vormt, maar die wij in het Nederlands vertalen als “Ik wil dat je me begrijpt”.

Juist bij zwarte denkers en schrijvers is deze relatie tussen taal en ervaring op scherp komen te staan, omdat ze door de diaspora en koloniale overheersing gedwongen zijn geweest om van dit ‘thuis’ afstand te doen. Mensen die werden onderworpen aan het kolonialisme moesten Engels of Frans gaan spreken als officiële landstalen, of ze nou in Congo, in het Caribisch gebied of in Harlem, New York waren. Ze raakten zo van hun eigen verstaan van de wereld vervreemd.
De ervaring van wortelloosheid als gevolg hiervan loopt volgens Ndjako als een rode draad door het werk van zwarte denkers en schrijvers. Deze ervaring moet een plek krijgen, moet tot uitdrukking worden gebracht, maar in welke collectieve geheugenbank hoort de ervaring thuis dat je nergens toebehoort?

Grâce Ndjako contrasteert in haar lezing twee verschillende antwoorden die op dit vraagstuk zijn geformuleerd. Een eerste antwoord is ontstaan in de jaren 30 van de 20e eeuw. Auteurs als Langston Hughes, Nicolás Guillén en Aimé Césaire besloten om hun ervaringen te gaan beschrijven in de taal die hen is opgelegd. Ndjako stelt dat hierdoor de West-Europese talen zijn vernieuwd en verrijkt. In haar lezing geeft ze veel voorbeelden hiervan uit Frans- en Engelstalige poëzie. Een tweede, recent antwoord is een bewuste terugkeer naar de talen van Afrikaanse voorouders om daar de ervaringen in te beschrijven. Ndjako stelt namelijk de kritische vraag waarom wel de Europese talen, maar niet de Afrikaanse talen worden verrijkt met de ervaringen van wortelloosheid? Zij beschrijft dit met de metafoor van de oogst: waarom wordt de oogst opgeslagen in Europese schuren? Ndjako geeft deze avond haar publiek de gedachte mee dat het uitdrukken van ervaren onrecht zich niet alleen zou moeten richten tot de aanstichter, maar juist tot de mensen die zijn ontworteld. De beschrijvingen vormen namelijk een oogst die kan voeden en misschien zelfs een nieuw onderkomen kan bieden.


Over de auteur
Laurine Blonk is filosoof en Humanisticus en werkt als onderzoeker aan de Universiteit voor Humanistiek. Ze onderzoekt vragen rondom de publieke ruimte, verzorgingsstaat en democratie.